Niet zo schoon: termijnoverschrijding

In het bestuursrecht zijn de termijnen vrij strikt. Als een bezwaar- of beroepstermijn wordt overschreden, dan kan het onder omstandigheden zo zijn dat deze overschrijding ‘verschoonbaar’ is. De regels die voor verschoonbare termijnoverschrijding gelden zijn strikt, maar sinds de uitspraak van de grote kamer van het CBp is er wel meer ruimte om eerder aan te nemen dat een termijnoverschrijding verschoonbaar is (zie: Soepelere toets bij termijnoverschrijding in het bestuursrecht – Benthem Gratama)

Maar die soepelere toets gaat niet altijd op en zeker niet voor professionele rechtshulpverleners. Dat volgt ook uit een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 21 april 20216 (ECLI:NL:CRVB:2026:529).

In deze zaak heeft op 9 december 2022 een zitting plaatsgevonden, waarbij partijen niet zijn verschenen. Pas op 16 april 2024 (!) vraagt de gemachtigde via een Zivver-bericht aan de rechtbank naar de stand van zaken en of uitspraak is gedaan. Daarop ontvangt de gemachtigde geen reactie van de rechtbank. Op 6 januari 2025 vraagt de gemachtigde per brief naar de stand van zaken. De rechtbank reageert op 14 januari 2025 dat er uitspraak is gedaan op 23 december 2022 en stuurt een kopie van de uitspraak mee.

De gemachtigde stelt zich op het standpunt dat de beroepstermijn pas in januari 2025 is gaan lopen, omdat hij op dat moment pas bekend was met de uitspraak.

Wat vindt de Raad?

Het standpunt van de gemachtigde dat de beroepstermijn pas is gaan lopen na ontvangst van de uitspraak door gemachtigde in januari 2025 volgt de Raad niet en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Volgens de Raad is de gemachtigde als professioneel rechtsbijstandsverlener op de hoogte van de termijnen (in dit geval twee weken na de uitspraak). De gemachtigde was op de hoogte van de datum van de zitting bij de rechtbank en had kunnen weten dat na twee weken uitspraak zou worden gedaan. De gemachtigde had dus eerder dan in april 2024 en januari 2025 moeten informeren bij de rechtbank of er al uitspraak was gedaan. Het standpunt van de gemachtigde dat aangetekende stukken wel vaker niet worden ontvangen is geen heel bijzondere persoonlijke omstandigheid die maakt dat de termijnoverschrijding verschoonbaar mag worden geacht… zuur voor de cliënt van de gemachtigde, want die kan niets meer doen tegen de uitspraak van de rechtbank.

Overigens kwam de Raad in april 2025 tot een ander oordeel over de verschoonbaarheid van een termijnoverschrijding, daar was sprake van een geringe termijnoverschrijding door een ‘burger’. Lees hier die uitspraak: https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:420

Scroll naar boven