Haastige spoed

Een betrokkene met WIA-uitkering die bij een advocatenkantoor een werkervaringsplek van 2 jaar heeft gevonden en daarnaast een juridische hbo-opleiding wil gaan volgen met behoud van haar WIA-uitkering, krijgt die toestemming niet van het UWV. Bij besluit van 5 juni 2026 heeft het UWV de betrokkene wél toestemming gegeven om met behoud van haar WIA-uitkering maximaal 6 maanden stage mag lopen bij het door haar gewenste advocatenkantoor, maar het volgen van de opleiding wordt afgewezen.

De (beoogd) juriste in spe is het niet eens met dit besluit van het UWV en probeert in een spoedprocedure bij de bestuursrechter te bewerkstelligen dat het besluit van 5 juni 2025 wordt geschorst. Voor een spoedprocedure is – de naam zegt het al – een spoedeisend belang vereist. Daarvan is volgens de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland (ECLI:NL:RBNNE:2026:2613) geen sprake.

De voorzieningenrechter wijst erop dat het UWV betrokkene heeft aangegeven dat zij – met behoud van haar WIA-uitkering – in ieder geval gedurende zes maanden een stage mag lopen bij het door haar gewenste advocatenkantoor. Wat betreft het gewenste scholingstraject, meent de voorzieningenrechter dat niet is gebleken dat sprake is van dusdanig zwaarwegende feiten en /of omstandigheden dat de bezwaarprocedure niet kan worden afgewacht.

Hierbij betrekt de voorzieningenrechter dat de door betrokkene gevraagde schorsing van het besluit van 5 juni 2026 niet leidt tot het door haar gewenste gevolg. Immers, een eventuele schorsing van die beslissing maakt niet dat betrokkene het door haar geambieerde integrale stage- en scholingstraject gaan volgen met behoud van uitkering. Toekenning van het door betrokkene gewenste traject kan ook niet in een spoedprocedure. Kortom: het verzoek van betrokkene is kennelijk ongegrond.

De voorzieningenrechter geeft helpt de beoogd jurist in spe wel een handje voor het vervolg: “De voorzieningenrechter wijst er ten slotte volledigheidshalve op dat voor zover de bezwaarprocedure voor verzoekster nadelig uitpakt zij tegen het besluit op bezwaar beroep kan instellen en zij gedurende deze beroepsprocedure een nieuwe voorlopige voorziening kan indienen.”

Scroll naar boven