Een werkgever heeft bij het UWV in oktober 2024 een verzoek om een herbeoordeling van de WIA-uitkering gedaan van een (ex-)werknemer. Pas in juni 2025 beslist het UWV op het verzoek van de werkgever en kent aan (ex-)werkneemster een IVA-uitkering toe met ingang van oktober 2024 (datum herbeoordelingsverzoek).
In de periode tussen de toekenning van de IVA-uitkering en het verzoek tot herbeoordeling heeft de werkgever het loon van (ex-)werkneemster doorbetaald. Omdat het UWV de beslissing op het herbeoordelingsverzoek te laat heeft genomen, vindt werkgever dat zij te lang het loon van de (ex-)werknemer heeft doorbetaald en dat het UWV deze schade moet vergoeden. Het UWV heeft aan werkgever de loonschade deels vergoed, zij heeft een bedrag van € 24.625,- aan de werkgever betaald vanwege de late beslissing op het herbeoordelingsverzoek.
Werkgever is het niet eens met dit bedrag en stelt dat er meer schade vergoed moet worden als gevolg van de te late beslissing op het herbeoordelingsverzoek. Zo meent de werkgever dat onder andere de kosten van de verzuimverzekeraar die aan werkgever zijn doorbelast vergoed moeten worden, alsmede de kosten van een adviseur die is ingeschakeld.
De rechtbank Oost-Brabant (ECLI:NL:RBOBR:2026:4636) oordeelt dat de werkgever weliswaar recht heeft op schadevergoeding, maar wijst de schade toch af.
Hoe zit dat?
De rechtbank oordeelt dat werkgever meer dan volledig schadeloos is gesteld door het UWV met de toekenning van in totaal € 24.625,19. De rechtbank volgt het UWV dat het UWV aan werkgever over de maanden november 2024 en december 2024 onterecht schadevergoeding heeft betaald, omdat in deze twee maanden het schadeveroorzakende feit, het te laat beslissen op het herbeoordelingsverzoek, nog niet had plaatsgevonden. Dit betekent volgens de rechtbank dat het UWV € 8.654,27 ten onrechte aan werkgever heeft vergoed. Omdat het UWV € 8.654,27 te veel schadevergoeding heeft betaald, kan de door werkgever gevraagde € 5.175,- niet leiden tot toekenning van een hogere schadevergoeding dan die zij al heeft ontvangen van het UWV.
Volgens de rechtbank zou een ander oordeel leiden tot de situatie dat werkgever door de schadevergoeding in een betere financiële positie komt te verkeren. Dat kan niet volgens de rechtbank en druist in tegen het uitgangspunt dat de schadevergoeding een benadeelde zoveel mogelijk in de toestand moet brengen waarin zij zou verkeren als het schadeveroorzakende feit – in dit geval de te late besluitvorming – niet zou hebben plaatsgevonden.
Kortom: een benadeelde mag niet in een betere financiële positie komen door de te late besluitvorming van het UWV.
De rechtbank wijst verder de kosten voor de ingeschakelde adviseur af, omdat de werkgever niet heeft kunnen bewijzen dat deze kosten het rechtstreekse gevolg zijn van de te late beslissing. Ook wijst de rechtbank op het uitgangspunt van de CRvB dat – kort gezegd – kosten ter beperking van de schade als gevolg van een onrechtmatig besluit in de regel niet voor vergoeding in aanmerking komen. Meer daarover lezen? Schade als gevolg van een loonsanctie, maar niet alle schade… – lexfit
