Beroep niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk vanwege misbruik van recht

Beroepen niet tijdig beslissen zijn aan de orde van de dag, zeker in UWV zaken. Recent schreef ik daar nog over (zie: https://lexfit.nl/?p=3691). Deze beroepen niet tijdig beslissen en de door de rechter opgelegde dwangsommen vallen buiten het wetsvoorstel dat op 5 juni 2026 ter internetconsultatie werd voorgelegd (zie https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2026/06/05/internetconsultatie-tijdelijk-geen-bestuurlijke-dwangsommen-bij-wia).

Als dit wetsvoorstel wordt aangenomen, dan verbeurt het UWV (tijdelijk) geen bestuurlijke dwangsom meer na een ingebrekestelling wegens niet tijdig beslissen. Dat zou overigens behoorlijk wat kosten schelen. In de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel is een schema opgenomen met bedragen aan dwangsommen die zijn betaald door het UWV van 2021 tot en met 2025.

Wat daar ook van zij: het wetsvoorstel ziet – als gezegd – niet op de rechterlijke dwangsom die de rechter kan opleggen als het beroep niet tijdig beslissen gegrond is. Die route is er dus nog steeds. In de regel zal de rechtbank een beroep niet tijdig beslissen snel gegrond verklaren, omdat de wettelijke beslistermijn is overschreden.

Er zijn echter ook andere uitkomsten denkbaar…

De betrokkenen in deze kwestie hebben massaal STAP-aanvragen per post ingediend (per persoon 155/164), terwijl de STAP-regeling slechts één aanvraag van €1.000 per persoon per jaar toestond en expliciet een digitale indiening via een elektronisch formulier vereiste. Voor wie niet digitaal kon aanvragen, bood het UWV op kantoor ondersteuning voor een digitale aanvraag. Desondanks hebben de betrokkenen in kwestie hun aanvragen naar UWV-antwoordnummers gestuurd, zonder duidelijke voorkeur voor concrete opleidingen en met essentiële onvolledigheden (zoals het ontbreken van STAP‑aanmeldingsbewijzen). Aangezien alleen volledige aanvragen op volgorde van ontvangst werden behandeld en bekend was dat het budget snel uitgeput raakte, was voorzienbaar dat deze onvolledige en onjuist ingediende aanvragen niet tot subsidie zouden leiden.

Hieruit volgt volgens de Raad dat het deze betrokkenen niet te doen was om inhoudelijke besluiten over hun STAP‑aanvragen te verkrijgen, maar geld te verdienen wegens niet‑tijdig beslissen. Dit handelen kwalificeert als misbruik van recht, aldus de Raad.

Kortom: exorbitante hoeveelheid aanvragen indienen en vervolgens ‘klagen’ dat niet tijdig wordt beslist op aanvragen en bezwaren, leidt in dit geval tot niet-ontvankelijkheid en dus geen inhoudelijke behandeling van het beroep niet tijdig beslissen.

Scroll naar boven