Professionele escape voor de werkgever na een onjuist oordeel van de bedrijfsarts?

Inmiddels heeft de Centrale Raad van Beroep in de uitspraak van 21 januari 2026 (ECLI:NL:CRVB:2026:95) nogmaals bevestigd dat de pogingen van de rechtbanken, om in het voordeel van werkgevers tot een nuancering van de ‘voor rekening en risico benadering’ te komen, zinloos zijn. Door een nuancering van deze benadering zou een onjuist oordeel van de bedrijfsarts voor rekening en risico van de werknemer komen, zo meent de Raad.

Kortom: de enige ‘escape’ voor een werkgever die een loonsanctie krijgt opgelegd vanwege een achteraf gebleken onjuist oordeel van de bedrijfsarts is de zogenaamde professionele marge. De professionele marge houdt in dat de verzekeringsarts dient te toetsen of de bedrijfsarts op basis van de op dat moment bekende feiten en omstandigheden in redelijkheid tot zijn sociaal medische handelwijze of zijn oordeel over de belastbaarheid van de werknemer heeft kunnen komen.

In een uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant die deze week werd gepubliceerd (ECLI:NL:RBOBR:2026:3540), bleek maar weer eens dat die escape een werkgever niet altijd zal helpen bij het van tafel vegen van een loonsanctie. Vanzelfsprekend leidt overschrijding van die professionele marge door de bedrijfsarts mogelijk wel tot civielrechtelijke aansprakelijkheid (vanwege een tekortkoming in het sociaal medisch handelen van de bedrijfsarts).

Hoe dan ook: in de genoemde kwestie heeft de betreffende bedrijfsarts geoordeeld dat bij werknemer vanaf september 2023 onverminderd sprake was van een situatie van ‘geen benutbare mogelijkheden’. De verzekeringsarts B&B heeft uitgebreid gemotiveerd waarom de bedrijfsarts vanaf dat moment op basis van de hem bekende medische onderzoeksgegevens in redelijkheid niet tot de conclusie heeft kunnen komen dat de werknemer helemaal geen benutbare mogelijkheden had.

Volgens de verzekeringsarts B&B had de bedrijfsarts met de klachten van de werknemer rekening kunnen houden door scherpe beperkingen aan te nemen op basis van zijn eigen onderzoek.

De rechtbank heeft op basis van het rapport van de verzekeringsarts B&B en het beschikbare dossier dan ook geen redenen om te oordelen dat de inschatting van de bedrijfsarts binnen zijn professionele marge valt. De rechtbank overweegt daarbij nog:

“(…) In artikel 2 van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten zijn limitatieve criteria opgenomen om een situatie van GBM te kunnen aannemen. De bedrijfsarts heeft niet gemotiveerd dat vanaf september 2023 nog werd voldaan aan een van deze criteria. De rechtbank leidt uit het dossier af dat er op zijn minst marginale arbeidsmogelijkheden waren. Dit betekent dat de belastbaarheid van de werknemer vanaf september 2023 in kaart had moeten worden gebracht. Dat heeft de bedrijfsarts ten onrechte niet gedaan. Het UWV heeft daarom terecht geconcludeerd dat mogelijk re-integratiekansen zijn gemist.(…)”

Geen ‘professionele escape’ voor deze werkgever, maar mogelijk wel kansen om de schade als gevolg van het onjuiste advies van de bedrijfsarts civielrechtelijk te verhalen.

In alle gevallen doet een werkgever er verstandig aan om bij een re-integratie blokkerend advies van de bedrijfsarts (‘GBM’) de bedrijfsarts te verzoeken dit oordeel conform de eisen uit het Schattingsbesluit te motiveren.

Scroll naar boven