Van geen ziekte en/of gebrek naar een IVA-uitkering

Specifieke (kwalitatieve) begeleidingsbehoefte bij werk leidt tot toekenning IVA

Een bartender heeft zich vanuit de WW ziekgemeld met psychische klachten. Het UWV weigert haar een WIA-uitkering toe te kennen (<35%). In bezwaar worden op verzoek van de verzekeringsarts van het UWV twee deskundigen ingeschakeld, die stellen o.a. dat de ‘presentatie van mevrouw onecht aandoet’. De verzekeringsarts B&B oordeelt vervolgens dat geen sprake is van ziekte en/of gebrek.

In beroep vindt de rechtbank dat het onderzoek van het UWV naar de medische gesteldheid van mevrouw zorgvuldig is geweest en dat terecht door het UWV een WIA-uitkering is geweigerd.

In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep (ECLI:NL:CRVB:2026:377) loopt het allemaal net even anders.

De Raad twijfelt aan de beoordeling door de verzekeringsarts en de in bezwaar ingeschakelde deskundigen. Uit het Ziektewet dossier van de verzekerde blijkt namelijk duidelijk dat mevrouw in het verleden gediagnostiseerd is met borderline. Het is dan ook niet aannemelijk dat helemaal geen sprake zou zijn van ziekte of gebrek. Zodoende schakelt de Raad zelf een deskundige in.

Deze deskundige concludeert o.a. dat verzekerde, gelet op haar ziekte, begeleiding nodig heeft door een bij voorkeur vaste, laagdrempelige coachende leidinggevende die begrip en kennis van de problematiek heeft. Naar aanleiding van dit rapport van de deskundige is door het UWV een nieuwe FML opgesteld, met als gevolg dat de AD B&B nog steeds tot minder dan 35% arbeidsongeschiktheid komt. Hangende het beroep heeft verzekerde betoogd (met behulp van haar eigen ingeschakelde deskundige) dat de begeleidingsnoodzaak onvoldoende is meegewogen door het UWV in de nieuwe FML.

De Raad is het met de verzekerde eens. De FML van de VA B&B komt onvoldoende tegemoet aan de specifieke begeleidingsbehoefte van de verzekerde in een werksituatie. Het gaat volgens de Raad namelijk om kwalitatieve eisen die noodzakelijk zijn bij de begeleiding van de verzekerde en niet extra aandacht en gewoon helpen door collega’s (kwantitatieve begeleidingsbehoefte).

De VA B&B benoemt nog dat de begeleidingsbehoefte van verzekerde kan worden opgevangen met een jobcoach.  Dat is volgens de Raad niet aan de orde. Een jobcoach is volgens de Raad een tijdelijk re-integratie instrument en dit staat los van de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling. Ook is gezien de specifieke begeleidingsbehoefte van de verzekerde niet aannemelijk dat dit voldoende is.

Omdat de arbeidsdeskundige tijdens de zitting heeft bevestigd dat het CBBS geen functies bevat die aan de specifieke begeleidingsbehoefte van de verzekerde voldoen, zijn er geen functies te duiden. De medische situatie is gezien het rapport van de door de Raad ingeschakelde deskundige duurzaam, dus heeft de voormalig bartender recht op een IVA-uitkering.

Scroll naar boven