Niet meewerken aan onderzoek gerechtelijk deskundige pakt slecht uit

Als werkgevers of werknemers het niet eens zijn met een WIA-beslissing, dan gaat dat vaak over het medische oordeel van de verzekeringsarts van het UWV. In de regel zal een werkgever of werknemer ter onderbouwing van de medische bezwaar- of beroepsgronden zelf een arts inschakelen om het medisch oordeel van de verzekeringsarts van het UWV te bestrijden.  Als met het onderzoek van de werkgever of werknemer voldoende twijfel wordt gezaaid over de juistheid van het verzekeringsgeneeskundig oordeel van het UWV, dan kan de rechtbank het onderzoek van de werkgever of werknemer volgen, of de rechter kan aanleiding zien zelf een deskundigenonderzoek bevelen.

Als de rechter dat beveelt in een beroep waarin de werknemer als procespartij optreedt, dan is de werknemer verplicht hieraan mee te werken. Doet de werknemer dat niet, dan kan dat nadelige gevolgen hebben (de rechtbank kan in dat geval daaruit “de gevolgtrekkingen maken die haar gerade voorkomen”).

Dat die gevolgtrekkingen soms nadelig zijn blijkt uit een uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 30 juli 2026 (ECLI:NL:RBAMS:2026:7761).

In deze zaak was sprake van een medische discussie of een werknemer recht had op een vervroegde IVA-uitkering. De verzekeringsarts van het UWV meende van niet en de door de werknemer ingeschakelde verzekeringsarts stelde min of meer van wel.  

De rechtbank heeft vanwege deze afwijkende standpunten aanleiding gezien om zelf een deskundige in te schakelen. De werknemer wilde echter op meerdere punten niet meewerken aan het deskundigenonderzoek, ondanks dat de rechtbank de werknemer erop heeft gewezen dat hij verplicht is hieraan mee te werken en het negatieve gevolgen kan hebben als hij dit niet doet.

De rechtbank zag zich bij gebrek aan medewerking van de werknemer genoodzaakt om op basis van de wel voorhanden zijnde gegevens een bewijsrechtelijk oordeel te vellen. De rechtbank achtte het daarbij van belang dat alleen de verzekeringsarts bezwaar en beroep van het UWV de werknemer gezien en gesproken heeft. Dat onderzoek was volgens de rechtbank dus vollediger dan dat van de door werknemer ingeschakelde verzekeringsarts. Ten tweede vindt de rechtbank het van belang dat het rapport van de verzekeringsarts B&B van het UWV inzichtelijk is en inhoudelijk ook ingaat op de conclusies van de door de werknemer ingeschakelde verzekeringsarts. Uit het rapport van de werknemer blijkt ook niet ondubbelzinnig dat aan hem wel een IVA-uitkering toegekend had moeten worden. De lat daarvoor ligt hoog. Er is ten slotte voor de rechtbank geen aanleiding gezien de werknemer het voordeel van de twijfel te geven waar hem meerdere malen de gelegenheid is geboden medewerking te verlenen aan een onafhankelijk deskundigenonderzoek, maar hij daaraan geen medewerking heeft verleend.

Het beroep tegen de afwijzing van de vervroegde IVA-uitkering wordt zodoende door de rechtbank afgewezen. De vraag is natuurlijk of de onafhankelijk deskundige tot een andere (voor werknemer positieve) conclusie zou zijn gekomen, maar die positieve kans heeft werknemer zichzelf onthouden door geen medewerking te verlenen.

Scroll naar boven