Afgelopen maandag, 1 december 2025, was op de website van het UWV het volgende te lezen:
“Het lukt UWV al langere tijd niet om binnen de gestelde termijn van acht weken een WIA-eindewachttijd- of herbeoordeling te doen en mensen duidelijkheid te geven. Daarom verlengt UWV – in samenspraak met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) binnen de kaders van de Algemene wet bestuursrecht – per 1 januari 2026 tijdelijk de beslistermijn voor WIA-beoordelingen en herbeoordelingen van acht naar zestien weken. UWV streeft ernaar om mensen binnen zestien weken een beoordeling en duidelijkheid te geven.”
Ik vind daar wat van. Feit blijft dat de achterstanden oplopen en er kennelijk lapmiddelen nodig zijn.
Inmiddels zijn de termijnen door de rechtbank ook opgerekt voor beroepen wegens niet tijdig beslissen door het UWV. Daar schreef ik eerder al over: https://lexfit.nl/juridisch/ezwb-ook-een-ambtshalve-beslissing-valt-onder-de-wet-dwangsom-en-beroep-bij-niet-tijdig-beslissen/
Bij een gegrond beroep vanwege niet tijdig beslissen dient het UWV een besluit bekend te maken binnen 30 weken voor werknemersberoepen en binnen 40 weken voor werkgeversberoepen. De drukmiddelen voor belanghebbenden worden daarmee dus verder uitgehold. Maar soms kan een belanghebbende ook een verwijt gemaakt worden.
De rechtbank Den Haag (https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:21954) wees een beroep niet tijdig beslissen op een herbeoordelingsverzoek van een werkgever af, omdat de werkgever een jaar lang had stilgezeten. De werkgever stelde overigens wel dat zij regelmatig contact met het UWV had gehad over de herbeoordeling, maar heeft daar geen bewijs van overgelegd in de procedure:
“Door eiser is weliswaar gesteld dat er geregeld contact is geweest met het Uwv en voor het laatst op 25 januari 2025, maar het dossier bevat geen stukken waarmee die stelling wordt onderbouwd. De rechtbank gaat er daarom van uit dat eiser vanaf de datum van ingebrekestelling tot het contactmoment in januari 2025 meer dan één jaar geen actie heeft ondernomen en ook daarna opnieuw heeft nagelaten om actie te ondernemen om een besluit op zijn verzoek om herbeoordeling te verkrijgen. Dit leidt de rechtbank tot de conclusie dat het beroepschrift onredelijk laat is ingediend.”
Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
Kortom: het wettelijk oprekken van de beslistermijnen is geen fijne tendens, maar als belanghebbende dien je ervoor te zorgen dat je niet te lang stilzit richting het UWV als je wacht op een beslissing. Doe je dat wel, dan is het drukmiddel van rechtsreeks beroep in ieder geval kansloos. En dan zit er niets anders op dan nog langer wachten…
